Vélomédiane Criquiélion

Gerrit Vermeulen ging op ontdekking in de Belgische Ardennen en liet zijn keuze vallen op de cyclo Vélomédiane Claudy Criquiélion.

De oude smalle straatjes van La Roche-en-Ardenne worden vandaag niet gevuld met toeristen. Nee, vandaag zijn het wielrenners die vanaf Rue du Marché tot aan Rue Chamont het centrum doen ontploffen. Het is de dag van de Vélomédiane Claudy Criquiélion (Criq). Gaat het me lukken om te genieten én te ontdekken wat fietsen in de Ardennen zo mooi maakt? Cote de Beausaint moet direct vanuit de start beklommen worden. Een mooie geleidelijke klim en met 2,8 kilometer a 5,4% gemiddeld een klim waarbij je je gelijk lekker warm kan fietsen. Daarna volgt al snel de Cote de Mierchamps en dan een lange afdaling naar de Cote de Hives.

Allez, allez!

Op Cote de Hives staat veel publiek. Ik voel me even prof als ik hier omhoog fietst. Ik doorkruis de dorpjes Hives en Ortho, het zijn van die dorpjes zoals je ze veel ziet in de Ardennen; een kerk, café, wat boerderijen en een paar huizen, allemaal opgetrokken uit natuursteen. Bewoners staan op straat te kijken naar de renners die passeren. Met ‘allez allez’ en handengeklap worden we aangemoedigd. Bij het verlaten van Orthe, strekken zich de glooiende heuvels van de Ardennen weer voor mij uit.

In een grote groep gaat het richting Cote de Herlinval-Warempage, met een gemiddelde stijging van 3% doet deze klim geen pijn. In rap tempo gaat het door naar Cote de Fily, Cote de Wibrin. De omgeving die we doorkruisen is prachtig. Dan weer glooiende heuvels waar je bovenaan een schitterend uitzicht hebt over de Ardense heuvels, om daarna weer af te dalen door de bossen. Over brede rustige en overzichtelijke wegen is het hier niet lastig dalen. Hoewel, één ding blijft toch wel voor irritatie zorgen, de staat van het Belgische asfalt. Nog geen vijftig kilometer afgelegd en mijn lichaam is al flink door elkaar geschut.

"Hard fietsen is hier alleen weggelegd voor de echte kleppers."

In dalende lijn passeer ik dorpjes met namen die klinken als een Franse chanson. De gevreesde Mur de la Vélomédiane doemt voor mij op. De weg lijkt hier recht omhoog te lopen. Hard fietsen is hier alleen weggelegd voor de echte kleppers. Piotr Havik heeft hier de KOM op zijn naam staan met 3 minuten en 28 seconden, wat neerkomt op een gemiddelde snelheid van 17,5 kilometer per uur! Niet vreemd dat deze jongen een stageplek heeft afgedwongen bij Team Katusha. Zelf kom ik na 5 minuten en 34 seconden boven, met een gemiddelde van 10,9 kilometer per uur. De hartslag zit tegen mijn omslagpunt aan als ik boven ben.

Bij een cyclosportieve tocht als deze kun je door binnen een bepaalde tijd de finish te halen, goud, zilver of brons halen. In mijn geval betekent dat, dat ik binnen 5 uur en 55 minuten de 162 km moet afraffelen. In een grote groep raas ik over de heuvels en door de dalen. Ik doorkruis typische Ardense dorpen als Samrée, Dochamps, Lamorménil en Odeigne. In Odeigne wenst een statig Mariabeeld mij een behouden rit. Dit dorpje is na 85 kilometer tevens het punt waar ik aan een heerlijke lange afdaling begin. Het klimwerk laat zich inmiddels goed voelen. In deze omgeving is werkelijk geen meter vlak. Als ik ga staan op de pedalen om de benen wat te strekken, voel ik een opkomende kramp.

Heerlijk dalen

Aan de afdaling naar Deux-Rys op vijftig kilometer van de finish lijkt geen einde te komen. Over de brede N806 daal ik in rap tempo af. Geen haarspeldbochten, maar één lange weg met flauwe bochten, heerlijk! Na de afdaling moet er echter weer geklommen worden. De klim naar Fays is zeer de moeite waard. Ik klim door het bos en de Rue de la Twede is een mooie weg met een fraaie haarspeldbocht vlak onder de top. Die top ligt op 365m. Overigens niet het hoogste punt van de ‘Criq’. Dat is de top van de Samrée met een hoogte van 544m. In de Ardennen vind je uiteraard geen cols van 3000m, waar 20 km geklommen moet worden. Dat maakt de Ardennen ondanks het matige wegdek, toegankelijk voor veel fietsers.

Gelukkig zijn de weergoden mij deze editie van de ‘Criq’ goed gezind. Ik moet er niet aan denken hier te moeten afdalen in de stromende regen. Na Col de Rideux Nord rijd ik naar Érezée, waar ik voor de tweede keer gebruik maak van de bevoorrading. Heel erg steil hoef ik de volgende 20km niet te klimmen. Die relatieve rust is nodig om me voor te bereiden een gevreesde klim in de Ardennen, de Cote de Beffe. Een brede langgerekte weg leidt de renners naar Beffe. De statistieken op Strava geven een gemiddeld stijgingspercentage aan van 9%. De ene na de andere renner staat hier ‘geparkeerd’ en mijn groep wordt flink uitgedund.

"Door de flauwe bochten kun je hier echt vol gas naar beneden"

Na de Cote de Beffe begint misschien wel het moeilijkste deel van de ‘Criq’, de beklimmingen van Laidprangeleux en Cote de Dochamps. Niet de hoge stijgingspercentages zijn hier ‘killing’. Het zware van deze beklimming zit in de langzaam oplopende weg (3%-5%) waar geen einde aan lijkt te komen. Eenmaal boven gaat het in rap tempo naar La Roche-en-Ardenne. De afdaling over de N89 is een echte ‘bijtrapafdaling’. Door de flauwe bochten kun je hier echt vol gas naar beneden. Ik kijk op mijn fietscomputer, 5 uur en 35 minuten onderweg. Ruim op tijd om bij de finish straks het goud op te halen…