Column: Eigen

Mijn eerste racefiets was een tweedehandse, ietwat versleten, groene RIH. Toen ik mijn eerste baan kreeg die een beetje behoorlijk betaalde, kocht ik gelijk een nieuwe fiets.

Destijds was de Gazelle Champion Mondial met Reynolds 531 buis en Campagnolo Record groep de standaard voor racefietsen. Mijn nieuwe fiets, een op maat gebouwde Serrier, Reynolds 753 buis en Campagnolo Semi-Super Record groep, kostte anderhalf keer zo veel. De grap was dat ik wel het geld, maar niet de tijd had om te fietsen.

Sindsdien heb ik nooit meer een nieuwe racefiets gekocht. Altijd een tweedehandse, maar dan wel een topmodel. Had ik dan zo’n fiets, dan moest die bij een fietsweekend prominent op de groepsfoto. De jaren erna zakte hij dan in aanzien. Ik koop niet elke paar jaar een fiets. De fiets op de foto is 15 jaar oud, zou je niet zeggen, hè?

"Ik koop niet direct iets wat ik mooi vind"

De onderdelen zijn wel allemaal in de loop der tijd vernieuwd. Ik gebruik hem als vlakkeland-fiets, bij mooi weer. Bij slecht weer gebruik ik een oudere fiets, met oudere banden en een extra losse anti-lek-strip. Op mijn bergfiets gebruik ik de nieuwste banden en die schuiven dan langzaam op naar de andere fietsen. Die bergfiets stond al even op mijn shortlist. Maar volgens de ‘tactiek van de uitgestelde aankoop’ koop ik niet direct iets dat ik mooi vind. Dat scheelt een hoop overbodige of net niet helemaal goede aankopen. Toen zag ik hem staan. Als nieuw. Bingo.

Canvas om een scheur in een buitenband te repareren, is steeds minder makkelijk te krijgen. De meeste fietsenmakers zeggen dat je toch gewoon een nieuwe buitenband koopt. Als ik dan vraag of ze die ook komen brengen als ik ergens onderweg sta, dan volgt er een wat schaapachtig lachen. Elk jaar red ik wel iemand met een stukje canvas. Nieuwe binnenbanden kosten niets, maar plakken is wel zo duurzaam. Zolang ik er op vlak asfalt niets van merk is het prima. Je snapt dan ook wel dat ik geen CO²-patronen gebruik.

"Allemaal niet sexy misschien, maar ik ben er blij mee"

Op de oudere fiets rij ik nu in de winter. Als het weer te slecht is, maak ik op de stadsfiets een rondje. Dan hoef ik ook niet te poetsen. Allemaal niet sexy misschien, maar ik ben er blij mee. Op die manier heb ik goede spullen, die ook lang goed blijven. Netto veel ‘groener’ dan duurzaam geproduceerde, maar snel geconsumeerde fietsen. Bovendien worden de fiets en ik zo veel meer eigen met elkaar.